GA TOCH WEG!

Autorijden, ik houd ervan. Zo’n 50.000 kilometers per jaar haal ik wel en ik geniet van bijna elk moment. Let wel, het rijden zelf vind ik prachtig. De files tellen niet mee en de auto als vehikel interesseert me vrij weinig. Dat blik op wielen betekent simpelweg vrijheid. Ik kies. Links of rechts, snel of langzaam. Eigen muziekje en zonnebril op, ik waan me alleen op de wereld. En nee, dat betekent niet automatisch dat ik schijt heb aan andere weggebruikers. Live and let live. Nou ja. Sommige bestuurders zouden natuurlijk helemaal niet op de weg moeten komen, hoogstens als passagier, achterin met een spreekverbod.

Busjes vol slaperige bouwvakker en dikke directeuren

Die notoire linksrijders bijvoorbeeld, vrouwelijke accountmanagers die met hun lease-Audi 160 blaffen op het rechte stuk, maar de bocht niet door te duwen zijn en al die schattige, maar echt te oude opa’s en oma’s waarvoor het stoplicht nog te snel gaat. Weg ermee! Net als alle bontkraagjes met opgefokte TDI’s, dikke directeuren met grijze colbertjasjes, in hun veel te dikke slagschepen, gezellig kletsende moeders en naar achter maaiende vaders. Oh, en taxichauffeurs. Ligt het aan mij of worden die met dag slechter? Zelfs met navigatiesystemen, amper kleiner dan de voorruit, vinden ze de juiste weg niet.

Ik vergeet de busjes vol slaperige bouwvakkers, die met brandende peuk tegen de ramen aangeplakt zitten. En vrachtwagens, die kunnen echt niet meer, dat zo’n inhaalmanoeuvre 5 kilometer lang duurt. En RAM-vans, BMW’s en Mercedessen, invalidenwagentjes en stadsbussen ook niet eigenlijk. En iedereen met een telefoon. Want Jezus, wat wordt er veel ge-appt onderweg. Je bent niet echt mobiel zonder mobiel, lijkt het nieuwe credo.

We irriteren ons mateloos. Om niks. Om alles.

Slingerend, remmend, panikerend, scheldend en compleet van de wereld zijn we. Zo erg dat we ook op de snelweg niet meer voor ons kijken. Laat staan af en toe achterom of opzij. We missen dat statige landhuis bij Den Bosch, de zendmast bij Lopik met de maan in de top, de olifanten bij Almere en de afslag bij Rotterdam. We zien de koeien niet springen in de wei, de schapen niet grazen op de dijk en de eenden niet, als ze willen oversteken. We missen alles, behalve elkaar. Die ander zit maar in de weg, berooft ons van onze verdiende vrijheid. We irriteren ons mateloos. Om niks. Om alles. Ook als we ontspannen zouden moeten zijn.

Met een uiterste inspanning

Onze vakantie is net achter de rug. Het is 5 over half 9, de randweg van Haarlem. Ik moet even snel langs de garage, vanwege een defecte airco. Prima timing natuurlijk met 30 graden plus. Ik trap het gaspedaal in bij het verkeerslicht, de weg is opgebroken en ik wil invoegen op de baan rechts. De bestuurder achter me denkt er anders over. Met een uiterste inspanning weet hij zijn VW Golf met geblindeerde ramen naast de mijne te krijgen. De tijdelijke, geel-zwarte drempels komen hard dichterbij. Ik minder snelheid om dan maar achter die zak in te voegen, maar ook dat wordt tegengehouden. De chauffeur kijkt fanatiek en triomfantelijk tegelijkertijd. Hij remt, geeft gas en remt nog eens.

Rechtvaardigheid?

Mijn weg houdt op, ik voel de drempel tegen de voorwielen aanslaan. Het bord met de onverbiddelijke pijl doemt op. Ik trap vol in de remmen en gooi m’n wagen naar rechts. Trap het gaspedaal weer in en schakel driftig door naar de derde versnelling. De motor giert, maar ik hoor het niet. Je mag hier nu maximaal 70, maar m’n meter geeft 120 aan. De kloothommel voor me komt dichterbij. En ik duik in z’n kofferbak, terwijl ik ‘m met groot licht in het zonnetje zet.

Na een minuut of wat, die voelt als een halve dag, schakel ik terug en scheer langs zijn wagen. Vlak voor hem druk ik m’n Juke naar rechts en tik de rem in. De bestuurder schiet over de weg de berm in en weer terug de weg op. En ik voel iets wat op euforie lijkt, rechtvaardigheid. Dan hoor ik in de verte iemand roepen. M’n vrouw naast me roept me tot de orde. Met een blik in haar ogen die ik nog niet eerder zag. De rest van de rit verloopt rustig, stil zelfs. Geen muziek, geen plezier. We zijn teleurgesteld, in mij.

Autorijden, ik houd ervan. King of the road. Heerser over mijn eigen universum. Maar misschien is de trein of fiets toch verstandiger. Voor iedereen.